maandag 26 oktober 2015

Kunstvaardig 1.1.1 Muziek

Muziek opdracht Grafische partituur:




Ik wilde graag een verkorte versie uploaden maar gelukkig zijn er instanties die auteursrechten beschermen. Hierdoor kan ik deze niet plaatsen op dit blog. Excuses

Het verkorte liedje duurt tot 1m:25s. Ik heb de partituur ook tot 1m:25s gemaakt dus deze houdt daar op. Nu is het liedje een herhaling van de eerste 1m:25s met een paar veranderingen ik de toon sterkte!

Dit is een liedje van Yann Tierssen, Original Soundtrack van de film la fabuleux destin de Amélie Poulain,



Het liedje is geheel instrumentaal.

 De luisteropdracht:

Ik heb voor de luisteropdracht het zelfde liedje gekozen als mijn partituur

Voordat ik met de les begin leg ik eerst kleur potloden en papier klaar om daar in de les een tekening te maken. En ik heb de partituur klaar liggen om ook uit te delen

A Quai van Yann Tiersen

Voorafgaand aan het beluisteren van het liedje ga ik de leerlingen eerst een vraag stellen.

Sluit jullie ogen en probeer je zelf voor te stellen waar je je kan begeven als je dit liedje hoort en schrijf op je wisbordje waar dat is. Dit mag een bepaalde plek zijn thuis, een plek op vakantie, op het sportveld, een reis, enz..

Nu is de bedoeling dat de kinderen hierna volgens de stereotypering van de trekharmonica een geografische sfeer ervaren. In dit geval Frankrijk.  Maar in een ander geval Aziatische sferen


of een Spaanse sfeer


of een Arabische sfeer


Zo wil ik ze laten weten dat muziek heel lokaal kan zijn en dat iedereen wel een beeld heeft van een plek aan de hand van muziek. Nu laat ik de A Quai van Yann Tiersen nog eens horen.

Nu de leerlingen het liedje geluisterd hebben zal ik ze wat andere vragen stellen. Ik laat ze bij sommige vragen ook even met elkaar in het groepje overleggen. 
  • Wat voor een muziek hoorden ze? 
  • Hebben ze bepaalde instrumenten gehoord? Zo ja, welke instrumenten hebben ze gehoord. en schrijf ze maar op je wisbordje.
  • Was de muziek snel of langzaam? 
  • Wat voor een gevoel gaf het liedje ze? Vrolijk? Boos? Energie? Suf?
Dan deel ik de partituur uit. Vervolgens vraag ik ze om met me mee te lezen aan de hand van de partituur. 

Dan leg ik ze uit dat ze een grafische partituur zien en die in veel verschillende vormen te vinden zijn, maar allemaal als bladmuziek te lezen zijn. 

Nu mogen ze op de volgende melodie een eigen grafische partituur maken. Ik deel de potloden en papier uit en laat dan het fragment horen. Zo krijgen ze het idee van de melodie en dan laat ik het nog een keer horen waarna ze aan de slag gaan. Dit doen ze in een groepje en krijgen er 15 minuten voor. Ze moeten hierbij op de toonduur letten en de toonhoogte. 

Vader Jacob

Dan gaan we de partituren bekijken.  Zijn er verschillen? Zo ja, welke verschillen zijn er? Wat valt er op? Zijn er figuurtjes gebruikt of streepjes, Zijn ze dik of dun? Lang of kort? 

Ik sluit de les hierna af door nog een keer de partituur te lezen samen met de leerlingen!

Deze feedback heb ik van mijn medestudent Hans ter Beek gekregen: Ik heb aan de hand van de feedback ook de opdracht veranderd en verbeterd.


  • In je voorbereiding geef je aan dat je voor aanvang van de les de leerlingen al papier en potloden geeft. Dit zou af kunnen leiden van het luister gedeelte. Misschien is het beter om ze eerst de opdracht uit te leggen en dan pas uit te delen, of misschien zelfs om ze eerst een keer het fragment 'droog' te laten horen en dan pas bij de tweede keer ze te laten tekenen.
  • Wanneer deel je de grafische partituur uit? Even duidelijk aangeven om zo de structuur van de les duidelijker te krijgen.
  • Je geeft aan dat het de bedoeling is dat de leerlingen een Zuiderlijke sfeer (Franse?) ervaren/herkennen, maar hebben ze deze (geografische) muziek kennis wel? IK snap wat je bedoelt en waar je naartoe wilt, maar snappen zij dat ook? Hier zouden een aantal andere geluidsfragmenten je misschien kunnen helpen (denk aan bijvoorbeeld heel herkenbare Aziatische of Afrikaanse muziek)
  • De koppeling tussen de emotie/sfeer van de muziek en een lokatie vind ik heel goed werken om ze zich te laten realiseren dat beelden en geluiden/muziek heel sterk met elkaar verbonden kunnen zijn. Je zou dit kunnen toelichten met het voorbeeld van een enge film die zonder geluid ineens een stuk minder eng is.
  • SPELFOUT: 'Wat voor muziek hoorden ze?'
  • Je hebt een erg leuke koppeling naar het zelf praktisch uitvoeren van een grafische partituur met een goede, eenvoudige keuze van muziek. Hierdoor zijn ze niet alleen 'passief' bezig met luisteren, maar moeten ze ook 'actief' aan de gang door zelf te ontwerpen. Wellicht kun je dit nog kort benoemen aan de hand van het boek.















Kunstvaardig 1.1.1 Muziek




Zaterdag


Ik heb voor het liedje "Zaterdag" uit de liedbundel eigen-wijs gekozen. Te vinden op pagina 361 liedje 244.


Aan de hand van het volgende stappenplan wil ik de leerlingen actief mee laten doen!!

Oriëntatie
Aan de hand van de weggeefmethode gaan we het liedje “Zaterdag” uit de liedbundel  “eigen-wijs” zingen.  De weggeefmethode is bekend bij de leerlingen.  Het is een vrij snel liedje en heeft meerdere verschillende toonhoogtes. Hierbij zullen ze iets meer in hun mars moeten hebben

Instructie
Allereerst gaan we wat opwarm oefeningen doen, schouders en knieën los, stembanden opwarmen.

Het liedje zaterdag luisteren we van te voren. 

De leerlingen luisteren nu naar het liedje in zijn geheel 

Ik zal ze een paar vragen stellen over het liedje;
- waar gaat het liedje over?
- wat doe je op een schooldag en wat kan je in het weekend doen volgens het liedje?
- wat doe je ’s avonds ?
Dan stel ik ze vragen over de toonhoogtes die ze gehoord hebben. Uithaaltjes en langere klanken. 


Ik stel ze vragen over het liedje, en laat ze antwoord geven als ze de hand in de lucht steken.

Nu geef ik ze instructie en dan zijn de kinderen helemaal stil.

Aan de hand van de weggeefmethode zal ik in fases het liedje voorzingen, waarna de leerlingen mij nazingen.  Eerst deel ik het liedje op in 6 delen. En dan zingen we het in 2 delen om vervolgens het hele liedje in 1 keer te zingen.

Nu gaan ze zingen en volgen mijn commando’s. 

Eerste deel is: Opstaan, kleren aan. Eten en naar school toe gaan en leren, leren, leren
Tweede deel is: Pauze, krentenbol, beker melk, half vol en leren, leren, leren
Derde deel is: Dan weer naar huis toe op mijn fietsie, en elke avond steeds die televisie
Vierde deel is: O,o, ( let op langere pauze ) was het maar weer weekend, zaterdag, lekker alles doen wat and’re dagen niet mag
Vijfde deel is: Naar het hockeyveld, naar het voetbalveld, een kilometer lopen of een broek gaan kopen
Zesde deel is: liggen in de zon op het achter balkon, O was het maar weer zaterdag, O was het maar weer zaterdag

Hierna gaan we gelijk verder in de herhaling van het liedje

In een keer door zingen

Dit herhaal je door de eerste 3 delen voor te zingen en ze dat na te laten zingen op mijn commando en dan de laatste 3 delen ook, weer op mijn commando. 

De leerlingen verdelen in jongens en meisjes, en gaan tegenover elkaar staan. Dit doen ze stilletjes.

De leerlingen gaan nu wat harder zingen en letten op de toonhoogte

  Als afsluiting wil ik de groep in jongens en meisjes verdelen. Ze moeten naar elkaar toe       zingen. Ik wil ze door tegen ze elkaar te laten zingen, proberen de competitie aan te laten gaan zodat ze hun best doen om er wat volume in te krijgen.

Afsluiting
Ik vraag de leerlingen of ze het liedje leuk vonden? Welk deel ze het leukst vonden? Ik geef ze tips voor een volgende keer. En moedig ze aan om te durven zingen. Ik bedank ze voor hun inzet!


Het gezongen audio bestand
via soundcloud.com

https://soundcloud.com/user-207221404/zaterdag-met-zaterdag